juli 2010

Suïcidaal? Zoek het maar uit! (HP/De Tijd)

suicidaalIn Nederland plegen er volgens cijfers van het Trimbos instituut jaarlijks tussen de 1.350 en 1.600 mensen zelfmoord. Per jaar doen 94.000 mensen een zelfmoordpoging. Ongeveer 400.000 mensen worstelen met gedachten over zelfmoord. In 2004 werd er in Eindhoven een bezinningshuis, ‘Het Klaverblad’, voor mensen met een doodswens opgericht. De cijfers spreken voor zich: in vier jaar tijd hebben van de negentien bewoners zeventien hun levenswens teruggevonden. Zij maken nauwelijks gebruik meer van de reguliere gezondheidszorg. Dat scheelt een heleboel geld. Opmerkelijk dus dat het enige bezinningshuis voor mensen met een doodswens al sinds september 2008 gesloten is.

Jolanda Soethout (overleden in 2007) worstelde jarenlang met een doodswens maar vond niet de steun en zorg binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg die ze nodig had. Ze werkte als vrijwilligster bij het cliëntenbelangenbureau van de GGz Eindhoven (GGz E). In 2001 organiseerde ze een themadag over zelfmoord. Toen bleek dat heel veel mensen zich door hulpverleners niet gezien en gehoord voelen in hun wens te sterven. Psychiater bij de GGz E Van Houwelingen beaamt dit: “Hulpverleners kunnen inderdaad moeite hebben met het ingaan op de doodswens van hun cliënt. De confrontatie met iemand die niet meer wil leven leidt vaak tot een vermijdende reactie. Hulpverleners zijn voornamelijk gericht op het oplossen van problemen en het verbeteren van kwaliteit van leven. Zij zien suïcide niet als oplossing voor de problemen van een cliënt. Bovendien hebben hulpverleners de taak om personen, indien nodig, tegen zichzelf te beschermen. Daardoor kan het gebeuren dat veiligheid meer aandacht krijgt dan de gevoelens van een cliënt die kampt met een doodswens.”

Na de themadag over zelfmoord besloot Soethout om, gefaciliteerd door de GGz E, ‘Het Klaverblad’ op te richten. Mensen met een doodswens mochten er één jaar wonen. Met de bewoners werd afgesproken tijdens het bezinningsjaar geen zelfmoord te plegen. Het Klaverblad opende in oktober 2004 zijn deuren en werd gerund door een aantal vrijwilligers en een door de GGz E betaalde kracht, de coördinator. Hulpverleners zoals psychologen en psychiaters waren niet verbonden aan het Klaverblad, enkel in crisissituaties werd gebruik gemaakt van de reguliere zorg.

Koos (56) was de eerste bewoonster van het Klaverblad. Koos: “Dit was mijn laatste poging nog iets van mijn leven te maken. Ik heb nooit een prettig leven gehad. Sinds mijn elfde slik ik medicijnen en sinds mijn zevenentwintigste volg ik met tussenpozen allerhande therapieën. Ik heb drie zelfmoordpogingen achter de rug, die alle drie plaatsvonden tijdens een opname in een psychiatrisch centrum. Ik heb nooit het gevoel gehad dat er tijd en ruimte was voor het ventileren van gevoelens. Als ik weer eens werd afgezonderd of als mijn medicijnen werden verhoogd, werd me ook niet uitgelegd waarom. Alles gebeurde zonder dat ik daar invloed op had. Ik was de controle over mijn eigen leven kwijt. Dat werd nog versterkt door de medicijnen die me totaal gevoelloos maakten. Natuurlijk wilde ik net als iedereen een gewoon leven en dus ben ik gaan werken, ben ik getrouwd en heb ik drie kinderen gekregen. Ondanks dat bleef mijn doodswens bestaan. Alle jaren therapie en alle medicijnen, een hele apotheek vol, hebben mij daar niet van af geholpen. Pas toen ik in het Klaverblad kwam ging het langzaam beter. Daar kon ik voor het eerst openlijk en zonder schroom over mijn doodswens praten. Nu heb ik plezierig werk, een fijne relatie en geen doodswens meer.”

Hulpverleners zijn dus niet altijd in staat de juiste zorg te geven aan cliënten met een doodswens. Ze hebben de neiging de cliënten te ‘helpen’ bij het leven. En dat is precies niet wat de cliënt wil. Wat het Klaverblad zo’n goed initiatief maakt is dat de bewoners allemaal kampen met precies hetzelfde probleem; de worsteling met het leven en daardoor de wens te sterven. Zij praten daarover met elkaar in een veilige setting en er komt geen hulpverlener aan te pas. Deze vorm is in de verslavingszorg inmiddels bekend. Mensen met een verslaving helpen elkaar. En het werkt; dat is inmiddels door de kennis die we hebben uit de verslavingszorg wel duidelijk.

Ria (57 jaar) uit Rotterdam kwam in juli 2007 het Klaverblad binnen. “Ik had inmiddels vijftien zelfmoordpogingen gedaan, waarvan drie heel ernstig. Ik was radeloos. Het Klaverblad heeft absoluut mijn leven gered. Negen jaar geleden is het allemaal begonnen. Mijn huwelijk liep op de klippen, ik was bezig met de verwerking van seksueel misbruik uit mijn vroege jeugd, ik had de zorg voor vier kinderen waarvan één moeilijk opvoedbaar, mijn ouders kwamen te overlijden en ik maakte schulden. Ik kon het leven gewoon niet meer aan, ik wilde alleen nog maar dood. Ik had een goede psycholoog en ik kreeg de juiste medicijnen maar dat hielp allemaal niet, mijn doodswens bleef. Elke keer als ik weer een poging ondernam werd ik opgenomen in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Ik voelde me daar totaal niet begrepen, dat ik écht niet meer wilde leven werd niet gehoord. De psychiaters daar hadden bovendien bedacht dat een opname nooit langer mocht duren dan vijf dagen, anders zou ik me teveel hechten. Het gevolg was dat hoe ik me ook voelde, ik toch terug naar huis werd gestuurd. En dan begon alles weer opnieuw. Door mijn psycholoog werd ik uiteindelijk naar het Klaverblad gestuurd. Ik leerde eerlijker te zijn over mijn gevoelens. Het allerbelangrijkste voor mij was dat er gesproken mocht worden over je wens om te sterven en ik ontmoette mensen die dezelfde gevoelens hadden als ik. Daardoor voelde ik me minder alleen. Mijn wil om te leven is langzaam teruggekomen.”

Dat Ria door haar psycholoog naar het Klaverblad werd doorverwezen is bijzonder. Een rondje bellen naar verschillende instellingen in Nederland leert dat het Klaverblad helemaal niet bekend is binnen de geestelijke gezondheidszorg. “Dat klopt”, zegt GGz E. “We wilden het in het begin ‘low profile’ houden omdat we niet wisten hoe het uit zou pakken. Het was een experiment.”

Een experiment dat blijkt te werken. En hoewel de GGz E de exacte cijfers van de kosten van het Klaverblad niet wil geven, lijkt het een goedkoop experiment. Ter vergelijking: de dagbehandeling die Ria heeft gevolgd kost zo’n 39.000 euro per jaar. Daarnaast heeft ze gedurende zo’n acht jaar verschillende psychologen en psychiaters bezocht en dan hebben we het nog niet over de kosten van de medicijnen die ze al die jaren geslikt heeft.  Het kostenplaatje voor mensen die zich jarenlang in de geestelijke zorg begeven kan dus enorm oplopen. Het antwoord van het Klaverblad is goedkoop. De bewoners betalen zelf hun eten. En praten met elkaar is gratis. Blijft over de huur van het pand en de kosten van één coördinator die de boel draaiende houdt.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het Klaverblad gedurende vier jaar gefinancierd middels een tijdelijke financieringsstroom, de zogenaamde ‘zorginnovatie gelden care’. Binnen die vier jaar zou GGz E met een nieuw financieringsplan komen. GGz instellingen in Nederland hebben te maken met verschillende geldstromen waar aanspraak op gemaakt kan worden. En dat hangt dan weer af van allerhande factoren, zoals het doel van de zorg, de doelgroep, de intensiteit van de zorg, etc. Alle kosten van een specifieke behandeling worden in kaart gebracht en elk product krijgt een prijskaartje. De vraag is wie het gaat betalen. Is een cliënt bijvoorbeeld in aanraking geweest met justitie door zijn geestelijke toestand, kan er aanspraak gemaakt worden op het potje ‘Justitie’. Heeft een cliënt alleen maar ondersteunende zorg nodig, bijvoorbeeld hulp in de huishouding, dan wordt dat betaald uit de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Heeft iemand verslavingsproblemen en wordt hij opgenomen, dan wordt dat betaald uit de AWBZ.

Kortom; er zijn verschillende potjes voor verschillende cliëntengroepen en daar zijn weer allerhande regels voor opgesteld. GGz E laat desgevraagd weten dat er hard gewerkt wordt aan de heropening van het Klaverblad. Dat het lang duurt verklaart de GGz E als volgt: “Het kost tijd een businessplan te maken, financiers te zoeken en goedkeuring te krijgen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.” Ruim anderhalf jaar na de sluiting ligt er dan eindelijk een businessplan en zijn er gesprekken gaande met mogelijke financiers. Als de financiering rond is, is het nog maar een kwestie van ‘communicatie’ en toestemming van de Inspectie en het Klaverblad kan weer van start. Ik vrees dat het voor de mensen die kampen met zelfmoordgedachten allemaal te lang duurt. En ze hebben niets aan de verklaringen van de GGz E. Het is niet uit te leggen dat het Klaverblad dicht is omdat de GGz E verzuimd heeft de nieuwe financiering rond te krijgen tijdens de vier jaar dat het Klaverblad draaide op de ‘zorginnovatie gelden care’. En vervolgens is ze nu al ruim anderhalf jaar bezig met het realiseren van de doorstart. Tegen een man op de brug kun je niet zeggen: “Sorry meneer, wacht nog heel even met springen, we gaan nu écht bijna open.” Bovendien laat de Inspectie voor de Gezondheidszorg weten dat het Klaverblad niet hoeft te wachten op hun goedkeuring: “Er is van ons wettelijk gezien toetsing noch goedkeuring nodig.”

De vraag is dus waarom het écht zo lang duurt. Een lid van de werkgroep die mede verantwoordelijk is voor de doorstart laat weten het gevoel te hebben dat er weinig draagvlak is bij de GGz E om te zorgen dat het Klaverblad heropend wordt: “Er gebeurt gewoon heel erg weinig. We zijn veel te lang bezig geweest met het opstellen van het businessplan. Ook al wordt het niet hardop gezegd, ik houd het gevoel dat ze het Klaverblad liever kwijt dan rijk zijn.” Dit gevoel wordt gedeeld door ex-coördinator Van der Wijst: “Het is onbegrijpelijk dat het Klaverblad dicht is. Eindelijk een plek waar bewoners kunnen praten over hun doodswens en de angst, schuld en schaamte die met deze gedachten gepaard gaan. Praten met het gemak alsof het een voetbalwedstrijd betreft, zoals Jolanda Soethout dat altijd zei. Je moet je voorstellen dat het hier om mensen gaat die al heel erg lang een doodswens hebben. En waarbij veel bestaande therapieën niet hebben gewerkt. Heel vaak hebben ze meerdere zelfmoordpogingen achter de rug. Mensen die het totaal niet meer zien zitten ontmoeten hier mensen die de zin van het leven op sommige momenten wel weer kunnen voelen. Dat is voor hen een stimulans om het programma te volgen. Bovendien werken we hier alleen met ervaringsdeskundigen. De bewoners voelen bij hen herkenning en erkenning. Daar is het hele idee van het Klaverblad op gestoeld. Ik vind het jammer dat er geen manier is gevonden om het Klaverblad in te bedden in het aanbod van de reguliere zorg. Terwijl het naar mijn idee moet lukken om financiers te vinden als mensen met beslissingsbevoegdheid ervoor gaan staan. Bovendien is er september 2008 een manager aangesteld die belast is met de heropening van het Klaverblad. Een professional die zich met de financiële en organisatorische kant bezig houdt. Dat vind ik prima. Maar mijns inziens kan het Klaverblad alleen bestaan in een samenwerking tussen ervaringsdeskundigen en professionals, waarbij een goede balans essentieel is. Mijn zorg is dan ook dat het vervangen van een ervaringsdeskundige door een manager de ziel uit de cliëntenorganisatie haalt.”

Meedenkend met de GGz E kan ik me de onwil wel voorstellen. Als het Klaverblad namelijk onder de vlag van de GGz E opnieuw wordt geopend geeft de GGz E daarmee indirect toe dat er in de reguliere zorg niet adequaat gereageerd wordt op het fenomeen doodswens. Als suïcidale mensen hun levenswens terugvinden zonder gebruik te maken van hulpverleners, voelt de hulpverlener zich natuurlijk in zijn ego gekrenkt omdat het kennelijk ook zonder hem kan.

Maar de GGz E kan het ook anders zien. Omdat tegenwoordig van elke zorginstelling verlangt wordt je te onderscheiden ten opzichte van je concurrent is het voor de GGz E een uitgelezen kans om te laten zien wat ze waard is. Tegen lage kosten wordt hulp geboden aan een groep mensen die na één jaar het leven weer willen en kunnen leven zonder daarbij nog gebruik te hoeven maken van de geestelijke gezondheidszorg.

Jack (50) heeft ook een jaar in het Klaverblad gewoond: “Vanaf mijn zestiende heb ik het gevoel dat ik beter dood kan zijn. Ik kon totaal niet overweg met mijn vader. Hij gaf me het gevoel dat ik een ‘niemand’ was. Ik voelde me ongelooflijk ongelukkig en probeerde zo min mogelijk thuis te zijn. Mijn eerste zelfmoordpoging deed ik tijdens mijn huwelijk. Ik nam een gigantische hoeveelheid pillen. Ik raakte bewusteloos maar de volgende dag kwam ik toch bij. Ik voelde me verrot. Mijn vader had gelijk; ik kan inderdaad niks, ik kan mezelf niet eens van kant maken. Een paar jaar later kreeg ik een telefoontje van mijn oudste broer, of ik langs wilde komen. Hij vertelde me dat hij aids had en thuis met behulp van euthanasie zou sterven. Ik was woest. Hoe kon dit nou gebeuren. Ik wilde dolgraag dood en hij gíng dood. De dag voor hij stierf keek hij me aan en zei: “Jij moet hulp gaan zoeken Jack, ik wil dat jij blijft leven.” Toen heb ik inderdaad hulp gezocht en ben ik in dagbehandeling gegaan. Maar in die negen maanden had ik nauwelijks de gelegenheid om over mijn doodswens te spreken. Het was een duidelijke, ongeschreven regel dat je het daar niet over had. Het leek wel alsof ze dachten dat het hebben van een doodswens besmettelijk was. Na die behandeling was er dan ook niet veel veranderd. Uiteindelijk ben ik bij het Klaverblad terecht gekomen. Dat is nog steeds het beste wat me is overkomen. Iedereen in het Klaverblad had dezelfde gevoelens als ik waardoor ik me begrepen voelde. Ik kon eerlijk zijn over mijn doodswens en over mijn jaloezie op iedereen die wel stierf. Door het vrijwilligerswerk wat ik daar deed, zwemmen met autisten, kreeg ik het gevoel dat ik betekenis had. En na 7 maanden kon ik een voorbeeld zijn voor nieuwe mensen die het Klaverblad binnen kwamen. Het gaat nu erg goed met mij.”

Volgens Van Houwelingen neemt het besef dat het hebben van een doodswens besproken dient te worden steeds meer toe in de geestelijke gezondheidszorg. Dat is mooi. Maar zo’n cultuuromslag kost jaren en dat kost mensenlevens. Daarom moet er mijns inziens geen tijd verspilt worden als het gaat om initiatieven als het Klaverblad. Kortom, het Klaverblad moet open.