
Rosamaria wordt de cipier van de wallen genoemd. Ze heeft een indrukwekende sleutelbos met daaraan zesentachtig sleutels die bij elkaar zo’n anderhalve kilo wegen. De sleutels zijn van haar eigen appartement, van de deuren en tussendeuren van de peeskamers, van de kluis die elke kamer heeft en van de rolluiken om het portiek ’s nachts mee af te sluiten. Ze gebruikt ze dagelijks en ze draagt de bos met een touw aan haar arm.
“De meeste dames lopen met een handtas, ik loop met mijn sleutelbos. Het is meteen mijn moordwapen want je kan er iemand behoorlijk hard mee raken”. Ze weet altijd feilloos de juiste sleutel bij het slot te vinden. “Ik beheer dertien ramen op de wallen, allemaal op een paar vierkante meter van mijn appartement vandaan. De peeskamers zijn van vier verschillende eigenaren al doe ik eigenlijk al het werk. Ik heb dames uit Nederland, Spanje, Litouwen, Albanië en Bulgarije”. Rosamaria woont op de hoek van de Oudezijdsachterburgwal en de Oudekennissteeg. Vanuit haar eettafel in de huiskamer kijkt ze precies op de brug. Het middelpunt van de wallen waar alles gebeurt. De hoeren, pooiers, politie in burger, seksshophouders, de junks, de hoerenlopers, ze herkent ze allemaal meteen. En ze heeft goed zicht op haar dertien ramen. Bovendien hebben de kamers een beveiligingssysteem. De dames kunnen bij problemen op een alarmbel drukken en dan komt ofwel de politie ofwel Rosamaria in actie en via een monitor in haar woning kan Rosamaria zien wat er allemaal gebeurt. Haar kleine appartement is gezellig en sfeervol ingericht. Op de bank liggen twee hondjes en een kat te slapen. Overal hangen foto’s en schilderijen van Elvis Presley en Marilyn Monroe. Ze houdt van de jaren vijftig. Toen ze een jaar of vijftien was zag ze de film “The best little whorehouse in Texas” met Dolly Parton en Burt Reynolds. Dolly Parton speelde de eigenaresse van een bordeel en Rosamaria wist meteen dat ze dat ook wilde worden. Het duurde nog een hele tijd voor het zo ver was. Door haar ex-man raakte ze drie keer huis en haard kwijt, maar elke keer wist ze zichzelf weer te redden. Zes jaar geleden begon ze op de wallen met het schoonmaken van peeskamers. Inmiddels onderhoudt ze dertien kamers. “Om negen uur ’s ochtends begin ik met het schoonmaken van de kamers. Rond elf uur komen de meiden. Ze moeten achttien jaar oud zijn en er mogen geen vriendinnen of zusjes in hun plaats werken dus controleer ik elke dag de paspoorten. Rond half zeven maak ik de kamers gereed voor de nachtdienst. Alle meisjes hebben mijn mobiele nummer zodat ze me kunnen bellen als er iets is. Ik ben er dan binnen een paar minuten. Naast het schoonmaken van de kamers en de paspoortcontrole neem ik nieuwe meisjes aan. Dat doe ik op gevoel. Ik weet precies wat voor vlees ik in de kuip heb. Meisjes die werken voor een pooier worden tijdens het sollicitatiegesprek elke vijf minuten gebeld, die wil ik dus niet. Hongaarse meisjes zijn vies. Ze doen het voor weinig en dan heb je geen respect voor je lichaam. Die wil ik ook niet. Ik heb het liefst meisjes die langere tijd willen werken. Zes dagen in de week en voor een langere periode. Dat scheelt mij in de administratie. Meisjes met een Duits paspoort, meestal uit Albanië, die zijn netjes en betalen op tijd”.
Rosamaria komt uit Frankrijk maar heeft Spaanse ouders. In 1978 kwam ze naar Nederland. Ze heeft veel verschillende banen en eigen zaken gehad maar hoerenmadam zijn, zoals Dolly Parton in de film, bleef haar droom. “Ik voel me heel rijk met al die kamers. Ik zit vaak hier aan deze tafel, met het uitzicht op de brug en dat is mooi. Voor mij is het de beste plek van Amsterdam. Ik ben trots op wat ik nu doe. Ten eerste omdat ik het heb gered, ook al heb ik meerdere keren aan de grond gezeten. Ten tweede omdat ik mijn drie zoons een goede opvoeding heb gegeven en ik ze nog dagelijks zie. En tenslotte omdat ik zelf nooit de hoer heb hoeven spelen. Het is een bijzondere wereld hier op de wallen. Iedereen kent elkaar en het is nooit saai. Het contact met de meisjes vind ik leuk, al zijn het geen vriendinnen. Ik werk dagelijks met ze en luister naar de verhalen, maar daar houdt het mee op. Ik moet eerlijk zeggen: ik begrijp niet waarom ze hier voor kiezen. Voor het geld is het nog wel een beetje te begrijpen, maar om met je eigen lichaam je geld te verdienen en het vaak meteen weer af te staan aan een vent, dat snap ik niet. Sommigen hebben niet eens beltegoed op hun telefoon of geld voor een buskaart. Al zat ik helemaal aan de grond, ik zou nooit achter het glas gaan staan. Ik hou wel van sexy kleding. Ik draag altijd minirokjes en altijd hakken, maar mijn lichaam verkopen dat zou ik niet kunnen. Ik word natuurlijk weleens gevraagd. Dat krijg je als je hier elke dag rondloopt en als je telefoonnummer op van die bordjes ‘kamer te huur’ staat. Mannen noemen me hier ‘schatje’ of ‘baby’, maar dan zeg ik dat ik nog liever dood ga dan met ze te moeten wippen. Ik ben eigenlijk een hele rustige. Lekker thuis, knus en gezellig. Met een muziekje op de achtergrond. Ik hou niet van uitgaan, niet van alcohol, niet van drugs en eigenlijk ook niet zo van seks. De meisjes doen het meerdere keren per dag. Heb jij meerdere keren per dag zin? Nou ik niet. En je moet een sterke maag hebben. Want je kan niet steeds nee zeggen tegen een klant. Ook de hele lelijke mannen staan voor je raam. Maar goed, ik vind het wel goed dat ze er zijn. Je moet er niet aan denken wat er gebeurt als mannen niet meer naar de hoeren kunnen. Dan zijn vrouwen niet meer veilig op straat. Het is het oudste beroep dat er bestaat en dat is niet voor niets. Maar er is wel veel veranderd. Er zijn nu hoeren die het alleen doen voor het geld. De oude garde die vond het ook leuk om te doen. Niet alleen voor het geld. Die hield ook gewoon van seks en van het spel. Ik zeg altijd er zijn hoeren en hoeren. Er zijn weleens klanten die boos zijn omdat ze niet gekregen hebben waar ze voor betaald hebben. Het gebeurt bijvoorbeeld dat meisjes die betaald worden voor een wip, de man niet eens echt ‘naar binnen’ laten gaan. Ze halen een truc uit waardoor de klant (meestal in beschonken toestand) wel denkt dat hij een wip heeft gehad, maar uiteindelijk toch het gevoel heeft dat het niet helemaal klopt. Dan wordt die klant dus pissig, maar ja, de tijd is dan voorbij en dan moet je eruit. Als de klant dan agressief wordt, word ik gebeld. Ik geef de klant nooit gelijk, maar soms hebben ze wel gelijk.
Noem mij maar ‘Bonnie’.
Achter een van de ramen die Rosamaria onderhoudt staat Bonnie. Ze is mooi en slank en heeft lang blond haar. Je zou haar geen achttien jaar geven, laat staan tweeëntwintig. Maar dat is juist waar de mannen bij haar op vallen, op haar jonge uiterlijk. Ze draagt een roze topje met witte bolletjes en een bijpassend minirokje. Erg mini, het is meer een strookje stof van tien centimeter breed. Bonnie zit inmiddels vijf jaar in het vak. Zoals zoveel meisjes is ze begonnen met werken voor haar vriendje. Inmiddels is ze wijzer geworden en verdient ze haar eigen geld. Ze schaamt zich niet voor wat ze doet, want haar moeder weet ervan. Voor de rest heeft niemand wat over haar te vertellen. “Ik werk meestal overdag. Ik heb dagelijks tussen de acht en tien klanten. Als het niet druk is ligt dat niet aan het weer, maar puur aan mezelf. Het ligt aan je uitstraling. Als je geen zin hebt om te werken zien je klanten dat en dan komen ze niet binnen. Ik werk het liefste overdag, dan zijn er meer zakenmannen. De Italianen en de Amerikanen zijn goede klanten. De Nederlanders zijn verschrikkelijk want die willen alles van je weten. Ik werk nu twee maanden in deze kamer, hiervoor heb ik ook in Utrecht, Den Haag en Alkmaar gewerkt”.
Bonnie huurt elke dag, zes dagen in de week een kamer voor vijfentachtig euro per dag. Als ze begint belt ze naar Rosamaria om te zeggen dat ze binnen is en Rosamaria komt vervolgens haar paspoort controleren. Dat is belangrijk, elke dag opnieuw. “Ik kan Rosamaria altijd bellen: als er problemen zijn met klanten, met andere meisjes of als er iets kapot is. Een lamp bijvoorbeeld. Sommige meisjes, vooral die van Hongaarse afkomst, vragen veel minder voor hun diensten en dat is oneerlijke concurrentie. Pijpen en neuken is gewoonlijk vijftig euro. Maar die meiden vragen minder en doen meer. Ik zoen bijvoorbeeld niet op de mond. Ook uit respect voor mijn vriend, maar ook omdat ik dat zelf niet wil. Ik zit er aan te denken om op een bepaalde manier kenbaar te maken dat ik Nederlandse ben. Sommige meiden hebben een sticker op hun raam, met ‘spreekt Nederlands’. Misschien kan ik op die manier concurreren met de buitenlandse meisjes.
Na een werkdag, ik begin meestal rond een uur of elf en ik stop rond een uurtje of vijf, ga ik lekker naar huis. Zes uur is voor mij etenstijd. Lekker op de bank zitten met mijn vriendje en soms naar de bioscoop. Heel rustig eigenlijk. Ik denk dat ik over een jaar of twee wel kan stoppen met dit werk, dan heb ik genoeg verdiend”.