mei 2008

Café 2 Klaveren (Z-Krant)

2-klaveren1
Het café op het hoekje van de ‘de Clerqstraat’ en de Bilderdijkkade zit helemaal vol. Met mannen vooral. Een dichte rookwalm vult het café. Het is rumoerig hoewel er geen muziek op de achtergrond te horen is. Mensen wauwelen met elkaar over het spel. Op de achtergrond hoor je de koffiemachine ratelen. Mensen lopen wat heen en weer. Houden halt bij ieder tafeltje om mee te kijken met het spel wat daar gespeeld wordt. Of bestellen een kopje koffie of een biertje bij de bar. Op een krijtbord staat de daghap vermeld: pasta carbonara met courgette. Maar niemand die er op let. De tafel in het midden van het café wordt vooral gebruikt door het personeel en heeft het beste zicht op het café. Aan de linkerkant spelen de jongens ‘Magic’ aan lange tafels. Rechts van ‘de personeelstafel’ staan losse tafeltjes voor de vaste klanten die elk weer een ander spel spelen. Achterin staan ook nog wat tafels en een grote kast met allerhande spellen. Het is druk. Zowel de heren van de schaakvereniging én de jonge gasten van de ‘Magic-club’ zijn van de partij vandaag.

Loes, Miep en Thea bestieren het café al elf jaar en al die tijd is er niets veranderd. “Er zijn alleen nog maar meer spelletjes bijgekomen”, vertelt Thea. “Vroeger was het meer een bridge- en schaakcafé, maar nu komen er hier ook mensen voor een potje ‘Scrabble’, ‘Go’ of ‘Aquarius’. Op dinsdag, donderdag en vrijdag wordt er nog wel gebridged. Op woensdag en zondag komt de Backgammon vereniging. En we zijn nog op zoek naar een klaverjasclub. Elke dag, behalve op zondag, zijn we open van elf tot één dus we hebben er wel wat extra personeel bij.” Miep: “Ik weet niks van spelletjes. Ik hou er ook helemaal niet van. Soms vragen ze mij een bord op te zetten, maar ik heb geen idee. Gelukkig weet meestal een van de klanten het wel. De klanten zijn hier lekker met zichzelf bezig. Wij zorgen alleen voor de drankjes.” Thea: “Daar hebben we Peter. Espressootje?”

Peter, een lange gast van een jaar of vijfendertig, loopt naar het tafeltje vlak aan het raam. Hij sluit zijn laptop aan en gaat aan de slag met de tafelindeling voor vanavond. Peter: “Ik kom hier al veertien jaar. Ik ben begonnen met schaken en bridgen, maar tegenwoordig ben ik alleen nog maar met Magic bezig. Ik ben denk ik de oudste van de magic-spelers. De meeste zijn tussen de achttien en de vijfentwintig. Er zitten zelfs een paar scholieren tussen, maar voor hen is het spel eigenlijk te duur. Je moet elke keer toch weer kaartjes kopen en om mee te mogen doen moet je ook weer betalen.”

Schaakgrootmeester Dimitri speelt Magic al acht jaar. “Magic is een strategisch, fantasy spel. Het gaat er eigenlijk om dat je met behulp van je kaarten je tegenstander uitschakelt. Iedereen begint met twintig levens. Er zijn drie soorten kaarten. Landkaarten, wezens of beesten en toverspreuken. Om de ander uit te schakelen speel je bijvoorbeeld een beestenkaart. Met een toverspreukkaart kun je de beesten en landen van je tegenstander beïnvloeden. Allemaal om zo veel mogelijk levens van je tegenstander af te pakken. Iedere kaart heeft weer een bepaalde prijs. Nou ja, voor iemand die er niets van weet is het moeilijk uit te leggen.”

Inmiddels wordt het steeds drukker in het café. Peter zal zo de tafelindeling bekend maken. De groep jongens, allemaal totaal verschillend maar met dezelfde passie, verplaatst zich rustig naar de lange tafels achterin. Peter legt uit dat er drie tafels zijn waarop gespeeld wordt met in totaal dertig man. Beginners, gevorderden en ver-gevorderden. “Vandaag is het topdrukte want er zijn net afgelopen weekend nieuwe kaartjes uitgekomen en iedereen wil met de nieuwe kaarten spelen. Het belooft een spannende avond te worden.”

Een van de magic spelers bestelt een kopje koffie bij Miep. Miep roept van achter de bar: “Hé Bart, alles goed jongen? Wil je er een cowboy sigaartje bij?” Bart heeft er duidelijk zin in vanavond. Zijn ogen glimmen. Hij draait wat aan zijn zegelring. Het sigaartje schuift hij achter zijn oor. “Die is voor vanavond. Eerst een bakkie koffie.” Miep: “Jij komt hier inmiddels toch ook al weer een jaar of drie, hè Bart?” “Ja, ik woon in de buurt en vind het gezellig. En de broodjes hier zijn goed en niet te duur. Ik zou sowieso niet weten waar je anders goed Magic kan spelen. Welk café zit nou te wachten op zo’n grote groep jonge kerels.”

Terwijl de jongeren opgaan in de nieuwe kaartjes komen de wat oudere heren binnen. Miep: “Daar zullen we de mannen van de schaakclub hebben.” Elke maandagavond speelt de schaakclub zijn potje schaak in de kelder van het café. De voorzitter en de ex-voorzitter van de vereniging drinken een kopje koffie met een sigaretje aan de bar voordat ze zo naar beneden gaan. Voorzitter Bram: “Wij zaten eerst bij een andere schaakvereniging maar we wilden een eigen club oprichten met vrienden. Nu hebben we ongeveer dertig leden.” Ex-voorzitter Kees: “Wij zitten lekker rustig in de kelder te schaken. Hoewel dat voor ons niet perse hoeft hoor. Het is meer voor de club die bij ons te gast is. Die willen stilte. Eén keer in de maand spelen we competitie en komt er een andere schaakvereniging bij ons op bezoek. De andere weken spelen we tegen elkaar. Bram: “We zitten hier nu twee jaar. Onze club heet de Fischer Z. Fischer is een oud wereldkampioen schaken en Fischer Z is ook een popgroep. De muziek vinden we vooral ook leuk.”
Kees: “Maar we hebben geen muziek in de kelder. Ook weer vanwege de competitie.” Kees steekt nog een sigaretje op. “En we mogen ook niet roken tijdens het schaken. Zo zijn nou eenmaal de regels. Allemaal vastgelegd in de statuten van de Nederlandse schaakbond.”

Bijna alle tafels in het café zijn bezet. Mensen praten met elkaar over het spel of staren zwijgend naar het bord terwijl ze nadenken over de volgende zet. Miep en Thea lopen wat af. Vanuit de keuken achterin de zaak komt een wat oudere man met een grijs baardje het café inlopen met een tosti. “Voor wie is deze tosti kaas?”. “Daar Ton”, zegt Thea, “aan die tafel daar, met dat grijze jasje.” Ton en zijn collega Andrea wisselen de diensten in de keuken af. Ze maken de broodjes en de daghap. Ton is inmiddels zesenvijftig, maar vindt het leuk hier te werken: “Als ik het niet meer leuk zou vinden zou ik stoppen. Elke week is er een andere daghap. De daghap is dus eigenlijk een weekhap. En we hebben ook nog wat andere dingen op de kaart staan.” Ton gaat even bij de dames aan de bar staan, een shaggie roken. Hij staart wat voor zich uit. “Ik denk dat 80 tot 90% van de mensen hier rookt. En al het personeel. Dus hoe dat moet vanaf 1 juli, ik weet het niet.” Miep antwoordt: “Misschien dat we iets met de kelder kunnen. Ik weet het niet. We zien het wel. Wat moet dat moet.” Ton: “Ik vind het vooral erg voor de klanten. Die hier lekker een sigaartje willen roken. Je hebt er mensen bij die hebben de hele dag een sigaar in hun mond.” Ton drukt zijn sigaret uit en loopt terug naar de keuken. Miep tapt nog een biertje. De klanten roken en spelen gestaag door.

Op een aantal tafels liggen geplastificeerde velletjes papier met ‘gereserveerd’ erop. Thea: “Die tafels zijn voor de mannen van de Backgammon club” Een grote vent met een leren koffer komt binnen. Hij draagt een bril en een 3-delig pak wat onwennig om hem heen hangt. Zijn haar zit door de war. Hij steekt een ‘Marlboro Light’ op. Thea: “He Vincent, alles goed? Kop koffie?” De Amsterdamse Backgammon club staat onder de bezielende leiding van de voorzitter Vincent en de vice-voorzitter John. De club bestaat twaalf jaar en al acht jaar komen ze elke woensdagavond en zondagmiddag hier. Eén van de leden is Rob. Lange man, donker haar. Grote gouden trouwring om zijn ringvinger. Hij werkt in de IT en woont in Nieuwe Gein. “Ik kom hier al vijfentwintig jaar. Backgammon is het mooiste spel wat er is. Nou ja, er is één mooier spel, en dat is overspel.” De mannen moeten lachen. Vincent: “Alles van het leven zit in Backgammon. Je kan totaal gewonnen staan en toch ineens alles verliezen. En je kan totaal verloren staan en toch alles winnen.” Rob: “Backgammon is de serieuze versie van het Nederlandse Triktrak. Daar zitten zoveel geluksfactoren in dat het eigenlijk alleen een gezelligheidsspel is. In Backgammon zit veel meer. Zoals je stijl van spelen. Dat heeft weer alles te maken met je karakter. Je speelt fel of juist bedachtzaam. Hoewel ik ook mensen ken die bedachtzaam zijn in het normale leven, maar in het spel heel fel.”

Vincent zit achter de laptop en voert alle namen in van de mensen die vanavond meedoen. In totaal 12 man. Dan komt er volgens een ingenieus computerprogramma een lijst uit met wie tegen wie speelt al naar gelang de speelsterkte. Vincent houdt gedurende de avond de rating bij. Uiteindelijk blijft er twee man over waarvan één de winnaar wordt. John staat bovenaan de lijst en speelt de eerste partij tegen Ilja. Ilja is de jongste speler, vijfentwintig jaar. Hij heeft lang zwart haar en ziet eruit als een hardrocker, al speelt hij rustig zonder al te veel te zeggen zijn spel. John komt daarentegen woorden tekort. Wie het spel niet kent heeft geen idee waar hij het over heeft: “Het blijft schotjes regenen. Weer een schot. Niet te geloven. Wat een desaster!” Ilja legt uit wat er nou zo mooi is aan Backgammon: “Je hebt bij dit spel altijd de kans te winnen. En dus ook om desastreus te verliezen, hoe goed je ook bent.” John: “Ik leer nog steeds iedere dag van Backgammon. Als ik er niets meer van zou leren zou ik het nooit meer spelen. Zo ging het ook met schaken. Daar heb ik de eerste twintig jaar van mijn leven mee vergooid. Nu doe ik het niet meer.” Ilja: “Ik speel elke dag minimaal anderhalf uur achter de PC. En dan nog hier. En toernooien.” Ilja gooit dubbel vijf. “Yes! The Girls! Wij gooien met speciale dobbelstenen. Met gewone dobbelstenen is de kant van de één zwaarder en dus gooi je vaker zes. Met deze dobbelstenen kun je niet vals spelen. Dubbel zes noemen we trouwens ‘The Boys’.” John: “Het gaat om niks, maar we doen net of we voor 100 euro per punt spelen. Het is zo’n prachtig spel. Ik lees nu een boek over de worp 3 – 1. Hoe je het beste je stenen kunt zetten. Als ik een dag geen Backgammon heb gespeeld is het een verloren dag geweest. Ik ben ook niet getrouwd en ik heb geen kinderen, anders had dit nooit gekund. Het is een keuze.” Ilja: “Ik las een keer een boekje over Backgammon in ‘de Slegte’. Was maar drie euro en dat heb ik toen gekocht. Ik wilde het wel leren en zo kwam ik hier terecht.”
John: “Niet te geloven, weer 6 – 5.” Ilja: “Misschien moet je daar een boekje over schrijven John.” John: “Dat wordt een dun boekje.”
Rob staat met 6-3 voor. Hij relativeert meteen de stand. “Vergeet nooit, het kan zo weer omslaan. Bovendien verlies ik altijd met deze schoenen. Ik had die andere aan moeten trekken.” Niemand reageert.

Top | Terug